De eenheid (een vriendschapsfeuilleton) 5

Ze pakte een bakje scheerzeep en wees naar een vitrine. ‘Die zilverkleurige houder. Heb je ook mesjes?’

Natuurlijk. Is het een cadeau?’

‘Nee.’ Ze speelde met de kwast over haar kin. Hij bekeek haar langdurig voor hij haar de betaalautomaat aanreikte. Ze toetste de code in en pakte de zak met spullen aan.

Daarna ging ze naar het restaurant en wenkte de bediening. ‘Een walnootpunt en een glas isotoon alsjeblieft. Ze pakte een pen en het vel van de rector. Waarom? Waarom? Wat moet ik daar nou op antwoorden? Sandy vond geen verklaring terwijl ze het gebak at. Ze schreef: ik kan het u niet uitleggen, omdat er niets te begrijpen valt. U kunt net zo goed vragen waarom ik het leuk vind om een hele nacht te dansen. Dat begrijp je alleen als je genoeg energie hebt. Mijn vriendin snapt dit meteen, Jet heeft soulpower. Wij zijn soortgenoten, leven op een hogere snelheid. Ze keek op haar horloge en schreef verder. Ik denk nu al heel lang na, maar ik kan werkelijk niets verzinnen. Het vel was nog maar voor een kwart beschreven met grote letters.

Sandy ging naar buiten en stepte door de winkelstraten. Ze reed vier drogisterijen binnen en probeerde alle kapperszaken, maar slaagde nergens. Felle kleuren waren niet in de mode. Ze wilde het opgeven, maar zag plotseling een winkel voor punkmode. De muren waren rood en zaten onder de graffity: grote A’s in cirkels, allerlei tags, snorck, chaote, trebl, zapp en anti-oorlogsleuzen. De kleren aan de rekken waren zwart, veel leer met spijkers en kettingen. Het winkelmeisje bracht bij een klant een neusringetje aan in de piercehoek. Sandy bekeek de affiches aan de wanden. Besmeurde vogels in doodsnood. Vliegtuigen naast hongerende kinderen. Een aankondiging van een rockconcert tegen de achtergrond van exploderende fabrieksschoorstenen.

Het meisje kwam naar haar toe. ‘Zoek je wat?’

‘Verkoop je vuurrode haarverf?’

‘Natuurlijk.’ Ze gaf Sandy een spuitbus. ‘Deze kun je uitborstelen.’

‘Heb je geen echte?’

Het meisje bekeek Sandy schamper. ‘Durf je dat wel?’ Ze pakte een doosje. ‘Misschien moet je er eerste nog eens goed over nadenken.’

‘Houd op over nadenken.’ Sandy betaalde en reed de winkel uit. Ze nam de tram naar de goudkust, stapte uit op de Ringweg en koos de slipstream van een brommer. Op de afrit van de brug zakte ze door haar knieën en ging als een speer langs de begraafplaats en de reed door het park naar de achterkant van een rij witte villa’s. Er was niemand in de brandgang. 

lees verder