De eenheid (een vriendschapsfeuilleton) 4

Er was niemand in de gang. Affiches reikten handen vanuit de toekomst: de eenentwintigste eeuw is aan de TU Delft al begonnen. Een conciërge wachtte onderaan de trap en liep mee naar de kamer van de rector.

‘Wat is er met jou aan de hand?’ De rector wees naar een fauteuil. Ze ging zitten en haalde haar schouders op. Hij nam tegenover haar plaats. “Ben je het allemaal zat twee uur voor de zomervakantie begint?’

Ze bewoog haar hoofd en zette bloemen op tafel.

‘Vind je het leuk?’

Ze lachte en knikte.

‘Waarom?’

Ze haalde haar schouders weer op.

Hij liep naar zijn bureau en pakte een vel beige papier. ‘Ik wil dat je het voor me opschrijft. Niet een paar onnozele zinnetjes, maar een reële uitleg.’

‘Nu?’

‘Nee, ik wil dat je erover nadenkt.’ Hij schreef iets bovenaan het vel en gaf het haar.

Sandy las het. Waarom vind ik het leuk om op tien meter hoogte ondersteboven te hangen? ‘Vindt u het goed als ik het opstuur?’

Hij dacht even na. ‘Ja, maar ik spreek je er na de vakantie op aan. Je zult begrijpen dat ik je ouders moet inlichten en tot slot: deze escapades komen niet meer voor. Helder?’

Ze knikte en ging naar de deur.

‘Dankjewel voor de bloemen.’

Op het toilet deed ze het papier in haar agenda. Duits en informatica? Kan ik nu heel goed zonder. Ik moet namelijk nadenken. Ze liep naar de fietsenstalling, maakte de step los en hing de ketting met het zware slot rond haar middel. Er is echter nog alle tijd voor een walnootpunt, avanti. Sandy had wind tegen langs het kanaal. Na iedere afzet boog ze zich voorover. Vraag één: wat is leuk? Wat is nou eigenlijk leuk? Ik vind het een stomme vraag!

In de winkelstraten van het centrum was het druk. Sandy laveerde tussen winkelende mensen door, ontweek een kledingrek en duwde een autoportier dicht. Je moet eraan geloven Jet. Ze maakte de step vast aan een lantarenpaal bij een warenhuis. Binnen was het al volop vakantie, lichtgroen papier blikkerde rond etalagepoppen in badkleding.

Sandy ging naar de afdeling toiletartikelen, maar kon geen rode haarverf vinden die ze fel genoeg vond. Bij de scheerbenodigdheden probeerde ze kwasten op haar voorhoofd en koos er een met stijve haren. Een geklede jongeman kwam haar helpen. ‘Anders nog iets van je dienst?’

lees verder