Wetensap 4

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Project Piraat (strikt vertrouwelijk)

door drs. Samuel Diepraam, onderwater-archeoloog  der Koninklijke Marine LTZ1

De bedoeling van dit document was het informeren van de Nederlanders die in het kader van het project Piraat op de Britse Maagdeneilanden zullen verblijven. De merkwaardige vragen en onbegrijpelijke opdrachten die mij bereiken, noodzaken mij echter ook mijn ongerustheid, ongenoegen en eigenlijk ook mijn ergernis op schrift te stellen. Want ik wil er hier met nadruk op wijzen dat dit in de eerste plaats een archeologisch onderzoek is. Daarom begrijp ik werkelijk niets van de betrokkenheid van de MIVD en de Belastingdienst bij dit project.

Buitenkans

De ontdekking van het wrak van de kits Fortuyne op vijftien mijl ten noorden van Tortola betekent een buitenkans voor het vergroten van onze kennis over de 17e eeuwse Hollandse aanwezigheid in het Caraïbisch gebied. Hoewel nog niets vaststaat, is het goed mogelijk dat de Fortuyne een van de schepen was van de legendarische Hollandse piraat Joost van Dyke. De omstandigheid dat mijn zoon Dirk het tijdens onze duikvakantie voor het eerst waarnam, is buitengewoon gelukkig. Op grond van onze exploraties konden wij een uitgewerkt aanbod doen voor medewerking aan nader archeologisch onderzoek waarvan de gouverneur van de Britse Maagdeneilanden meteen gebruik wilde maken. De samenwerking verloopt van aanvang af buitengewoon prettig door met name de inspanning van dr. Alicia Wilson. Zij is conservator van het Old Government House Museum, gevestigd in Road Town op het hoofdeiland Tortola.

In de bijlagen vindt de lezer uitgebreide informatie over (onderwater)archeologische technieken, de 17e eeuwse werkelijkheid in dit deel van de wereld en historische scheepstypen. Ik geef daarvan hier een sterk verkorte samenvatting. Het wrak van de Fortuyne heeft een lengte van 25,5 meter en is 5,95 meter breed. Het schip had een diepgang van 2,90 meter. De naam vonden wij gekerfd in de binnenzijde van de romp in combinatie met de letters Vliss. Hoewel de kerving is geërodeerd, zijn de letters onmiskenbaar en suggereren zij dat het schip een relatie had met Vlissingen. Vlissingse kooplieden stonden er in de 17e eeuw om bekend dat zij schepen voor de kaapvaart uitrustten. De resultaten van de eerste C14-test dateren de bouw van het schip in de vroege 17e eeuw. Nader onderzoek van het hout levert wellicht meer informatie op over het gebied waar de eiken zijn gekapt die het materiaal leverden voor het schip.

Kits

Een kits was een langsgetuigd zeilschip met twee masten waarvan de voorste de hoogste was. Daaraan voerde de Fortuyne het grootzeil, een fok en waarschijnlijk een kluiver. De achterste mast is gebroken maar verder gaaf, compleet met gaffel voor het topzeil dat boven het bezaanzeil was bevestigd.  Het schip had midscheeps vier geschutpoorten. Van het geschut vonden wij slechts enkele wielen van de rolpaarden terug. Wellicht zijn de kanonnen, waarschijnlijk sakers, voor de Fortuyne zonk van boord gehaald. In het ruim bevonden zich nog 15 vijf ponds kanonskogels. Op het dek zijn de sporen van de rolpaarden duidelijk zichtbaar waardoor onomstotelijk vaststaat dat het schip bij gevechtshandelingen betrokken is geweest. Verder is een draaibus aangetroffen die middels  metalen banden bevestigd was op een plank met een metalen cilinder die kon worden geschoven over verschillende op de boorden aangebrachte pennen. Met dit kleine geschut schoot de bemanning met schroot of spijkers op de tegenstanders. 

Inmiddels is de schat aan vondsten uit de kajuit, het ruim en de directe omgeving van het wrak op smaakvolle wijze onder leiding van Alicia Wilson tentoongesteld in het Old Government House Museum. Ik heb zelf met mijn zoon een prachtig gave hartsvanger van Franse makelij geborgen en een metalen doos met munten en sieraden.  Daarin vonden wij bijvoorbeeld drie gouden Macaquinas met een afbeelding van Philips IV die voor het eerst in 1622 zijn geslagen en twee paar oorhangers gemaakt van zilveren Reales met een kruis op de ene en  een schild op de andere zijde van de munt. Deze sieraden zijn eerder gevonden in de Nuestra Señora de Atocha, een galjoen dat in 1622 voor de kust van Florida verging. Of deze sieraden deel uitmaakten van eerder verworven buit of er op wijzen dat zich een vrouw aan boord heeft bevonden is niet duidelijk. Wel geven zij nadere aanwijzingen voor het tijdstip van teloorgang.

Joost van Dyke

In het wrak zijn stoffelijke resten gevonden van zes individuen die onderzocht worden in een forensisch instituut op Puerto Rico. Verder zijn flessen rum, pijpen, gespen van schoenen en riemen, delen van pistolen en twee dolken aangetroffen.  De omgeving van het wrak is nog niet minutieus doorzocht. Om avonturiers te ontmoedigen is rond het schip een kwadrant van 25 vierkante zeemijl tot verboden gebied verklaard en heb ik zelf met een agent van de havenpolitie mijn intrek genomen op een jacht dat bij de vindplaats voor anker ligt. Daarnaast assisteer ik, zo veel als mogelijk is, mevrouw Wilson in het museum.

Zij was blij verrast en net als ik eigenlijk wel verbaasd dat de Koninklijke Marine bereid was het hydrografische opnamevaartuig Snellius in te zetten  voor een uitgebreide sonar-verkenning voordat het schip door zou varen naar Sint Eustachius. Het is natuurlijk geweldig dat de Snellius in de ruime omgeving van de Fortuyne gaat zoeken of er nog meer schepen zijn gezonken. Ik vraag mij alleen af waarom ik ben gesommeerd om de foto’s die mijn zoon en ik bij toeval hebben gemaakt van de submarine kabels voor dataverkeer in hoge resolutie naar de MIVD te zenden en dan ook nog in een mij speciaal toegezonden versleuteling.

Hoe dan ook. Het verhaal van Joost van Dyke -wiens naam verbonden is met de twee eilanden Jost van Dyke en het nabij gelegen Little Jost ten westen van Tortola- is buitengewoon onvolledig. Hij wordt een lastpost genoemd in Spaanse documenten van de bezetters van Puerto Rico. In Nederland is nooit een kaperbrief gevonden. Hier op de eilanden leeft daarom het vermoeden, zo vertelde mij Alicia Wilson, dat Van Dyke tijdens het 12-jarig bestand onder een andere vlag, mogelijk de Engelse, actief is geworden om na het overlijden van de kapitein tot leider te zijn gekozen door de bemanning. Van Dyke vestigde in 1615 op de westpunt van Tortola een versterkte nederzetting. Het bestand tussen de Republiek en Spanje maakte handel mogelijk tussen Van Dyke’s gemeenschap van Fransen en Engelsen  en de bezetting van San Juan. In de tussentijd voerde hij aanvallen uit op langsvarende schepen en verbouwde hij katoen en tabak in de omgeving van de nederzetting. Na afloop van het bestand bouwde hij een aarden versterking op de plaats waar nu het door de Engelsen gebouwde Fort Recovery staat. Wellicht verwachtte hij dat hervatting van de vijandelijkheden ook hier haar weerslag zou krijgen.

Represaille

Nadat in 1623 de West Indische Compagnie feitelijk actief werd, kwamen Van Dyke’s activiteiten in een Republikeins kader. Zo assisteerde hij in 1625 WIC-admiraal Boudewijn Hendricksz bij diens aanval op San Juan. Hendricksz slaagde er echter niet in het Spaanse Fort bij de Puerto Ricaanse haven te veroveren en moest zich na een maanden durend vergeefs beleg terugtrekken. De Spanjaarden besloten daarna tot een represaille tegen Van Dyke, waarbij zij zijn gemeenschap grotendeels uitmoordden. Van Dyke ontsnapte ternauwernood van Tortola naar het eiland Jost Van Dyke en later naar Saint Thomas waar hij zich gedeisd hield tot de kusten van de Maagdeneilanden weer veilig waren.  Alicia Wilson en ik vermoeden dat de Fortuyne gedurende deze vergeldingsactie van de Spanjaarden is gezonken. Het is daarom niet uitgesloten dat er meerdere schepen tot zinken zijn gebracht. Naar de komst van de Snellius kijkt men op de British Virgin Islands reikhalzend uit.

Nadat de rust was teruggekeerd bouwde Van Dyke een vestiging op de plaats van het huidige Road Town met loodsen voor de overslag van goederen en barakken voor slaven, versterkt met een houten fort waarin een klein garnizoen was gelegerd.  De WIC zag potentie in de Maagdeneilanden als tussenstation voor het verkeer tussen Nieuw Amsterdam en Brazilië. Van Dyke werd benoemd tot patroon van Tortula. Een status waarvan hij maar enkele jaren heeft kunnen genieten. Hij zou in 1631 zijn overleden. Het levensverhaal van Van Dyke berust nauwelijks op Republikeinse documenten. Het zal dus duidelijk zijn dat Alicia Wilson en ik met spanning wachten op de resultaten van het DNA-onderzoek van de menselijke resten in San Juan.

Ik ben archeoloog

Bij alle waardering voor de ondersteuning die ik ondervind, moet mij van het hart dat ik mij in grote verlegenheid voel gebracht, nu u mij inschakelt voor moeilijk te begrijpen activiteiten. Waarom is het nu nodig om speciaal achter het kantoorgebouw Palm Grove House een huis te huren voor de aanstaande Nederlandse delegatie.  (Dit bleek bij toeval mogelijk omdat een neef van mevrouw Wilson, die pal achter het kantoor een huis bezit, voor langere tijd naar de Verenigde Staten vertrekt.) Ronduit onaangenaam vind ik het dat u mij opdraagt een rekening te openen bij het in Palm Grove House gevestigde trustkantoor The Commonwealth Trust Limited. Ik heb daar helemaal geen behoefte aan, vind het onder te brengen bedrag van zeventig miljoen euri onrustbarend hoog en zou het bijzonder onaangenaam vinden als dit bij de lokale gemeenschap bekend zou raken. Zeker nu u mij vraagt bij het openen van de rekening te informeren naar de garantie op geheimhouding voor de Nederlandse belastingautoriteiten. Heel genant .  

En ik weiger de hoogte en de hellingshoek te berekenen van het door u met satellietbeelden aangewezen deel van Tortola’s zuidkust. Ik ben geen spion in een tv-thriller, maar een serieuze archeoloog die nooit eerder door de KM met dit soort schemerigheden is opgezadeld. En ja, begin augustus is er een groot festival in Road Town, dat op luidruchtige wijze ieders aandacht trekt. Het is een buitengewoon charmant festijn vergelijkbaar met het Rotterdamse Zomercarnaval. Wat bent u toch van plan met de opblaasbare glijbanen die u als attractie bij dit evenement wilt aanmelden? Waarom wilt u deze attractie bij het door u aangegeven kusttraject neerzetten.  Ik wil mij daar helemaal niet mee bezighouden.

Tot slot sta ik erop dat het contact met Alicia niet in gevaar wordt gebracht. Ik meen dat ik na al mijn werkzaamheden, deels gedurende onbetaald verlof, gerechtigd ben te eisen dat ik als de enige go-between kan optreden punt uit.

 

Samuel Diepraam

Luitenant ter Zee 1e klasse