De maat (een jazzfeuilleton) 1

De vrouwen in gebloemde jurken en hun echtgenoten zaten omhuld door sigarenrook tot op de schemerige verdieping. Een bus uit de provincie voor een diner dansant. Charley tikte rustig op de snaredrum en de cymbals, terwijl Harrie zijn intermezzo afrondde op de toetsen van de oude vleugel. Vanavond kan ik geen gezicht vinden, waarvoor ik wil zingen. Ik mis m’n baken, Har. Als jij hier een tel mist, ben je niet een beetje blauw maar dronken. Het zij je vergeven, Nel gaat dood. De doktoren hebben het vreten aan haar lijf niet kunnen stuiten. Ze hebben haar opgegeven. ‘Laat de tweede stem maar zitten.’ Charley hield zijn hoofd schuin terwijl hij zong.

‘The loveliness of Paris seems somehow sadly gay…’

Links vooraan ging een stel zitten dat uit de toon viel. De vrouw droeg een zwarte jurk en een hoedje met een voile op haar hoofd. De man had een glimmende tuxedo aan.

‘I’m going back to my city by the bay.’ Charley zette aan voor het laatste refrein. “I left my heart in San Francisco…’

Zie je niet meer tegenwoordig, Har, zo’n tuxedo staat mooi bij damast. Kijk die luitjes uit de polder lekker kanen. Ik heb ook honger. We zijn uit ons doen, ouwe reus. Allebei. Goddank hebben we altijd in het zwart gespeeld. De vleugel is ook zwart en je stijl natuurlijk, de blues in je linkerhand.  En voor de laatste keer:

‘…When I come home to you San Francisco, your golden sun will shine on me.’

Charley stond op van zijn krukje en boog. Eindelijk applaus, zo’n gezelschap krijg je alleen plat met sleepnummers. Harrie boog niet en ging direct naar de bar. Charley knikte. Zet jij de kelkjes maar klaar, ik buig wel voor je. ‘Dankuwel.’ Het is tenslotte waardering. ‘Dankuwel.’ De tuxedo klapte enthousiast. De vrouw aan zijn tafel tikte met twee vingers in een handpalm. Charley liep naar de bar en ging naast Harrie zitten. Hij las de gerechten op de leitjes die aan de wand hingen. Het dienstertje zat met twee jongens te praten. Harrie tikte met zijn glaasje tegen de bel boven de bar. ‘Jij nog een neut, Charl?’

‘Voor mij was dit de laatste, anders komen we niet heel naar huis.’ Hij hief de jonge jenever en zong.

‘Ol’ pal from Pasadena we’ll never part, there’s no ending, just an endless start…’

Harrie bleef onbewogen voor zich uit kijken. Een vuist tegen zijn schouder wekte slechts een vage glimlach en een gebaar dat bij zijn oor al eindigde.

lees verder