Verhalen

De maat (een jazzfeuilleton)

De vrouwen in gebloemde jurken en hun echtgenoten zaten omhuld door sigarenrook tot op de schemerige verdieping. Een bus uit de provincie voor een diner dansant. Charley tikte rustig op de snaredrum en de cymbals, terwijl Harrie zijn intermezzo afrondde op de toetsen van de oude vleugel. Vanavond kan ik geen gezicht vinden, waarvoor ik wil zingen. Ik mis m’n baken, Har. Als jij hier een tel mist, ben je niet een beetje blauw maar dronken. Het zij je vergeven, Nel gaat dood. De doktoren hebben het vreten aan haar lijf niet kunnen stuiten. Ze hebben haar opgegeven. ‘Laat de 

tweede stem maar zitten.’ Charley hield zijn hoofd schuin terwijl hij zong.

‘The loveliness of Paris seems somehow sadly gay…’                                                            lees verder

 

De wilde (een jeugdfeuilleton)

De zon had hem van zijn zolderkamer verdreven, zijn hospita eiste op mooie dagen het gebruik van het balkon en het autoverkeer verziekte de terrassen in de stad. Peter Koops was gevlucht en zat in de schaduw van een parasol, verschanst tussen de buitenbar van het strandpaviljoen en een diepvrieskist. Het monotone zoemen van het apparaat hield de gesprekken aan de andere tafels op afstand. Hij tekende al een half uur dagdromend pijltjes en cirkels, terwijl hij over de notities van het hoorcollege heen naar de badgasten staarde. Het is een kwestie van aan- en afvoer, van verbindingen, hindernissen. In een praktijk van duizenden vierkante kilometers verdwaal je gemakkelijk, een onvoorziene omstandigheid is voldoende.                                 lees verder