Zuivering

In de cryptogrammen langs de stadsrand

knippert nog verlichting. Wij tellen de knopen

in het schrikdraad met zintuigen in snelbinderstand,

bedacht op exoten bejubelen wij onze reuzen,

herverkavelaars –vastbesloten voortrollend

als rupsbanden, doch bezweet door brouwsels

van mare en schor- wij sampelen uit kleitabletten

remedies tegen het bibberen van de pofbroek

in het krachthonk. In peppelcoulissen dreigt

beknotting, rijpt het spreekkoren voor de broodschap,

snakken waanvoorstellingen naar kruiswoorden

om op te schieten met sikkel en riek uit regels

voor de erven. Daar begint de schouw der overkant

door schuimkoppen in platbodems. Huiverend

bij de buitenboordtaal van hun wortelrapporten

verbouwen wij ons dijklichaam tot uitkijkpost,

bestrijken de weilanden met webcams, peilen

de waterhoogten voor de lichtkrant op de vangrail.

Koevoet voor koevoet schuifelen de herkauwers

naar hun open deuren. Spreekstalmeesters halen

de pinken van het talud. Hun tirades ondergaan

een ademtest op de wandelpier voor reikhalzen.

Maar voorbij de snelweg zijn de vraagstukken opgelost.