Slaapwandelen

Een chemicus geneest alleen

in een portiek. De samoerai

verwelkomt obscure gasten.

In de seriële muziek van

het verkeer verdrinkt de schreeuw

van een sjamaan. Amazones

tillen doorweekt hun rokken op.

 

Ik, de flagellant, kunstfluiter

met castagnetteknieën speel

sarabandes met een bullenpees.

De iconenfabrikant gaf mij

een mandorla zonder wolk

en de fractie van een nagel

kwijnend boven de neonstolp.

 

Met een masker van schuurpapier

strompel ik voort langs de derde

oever waar de watertanden

houvast vinden. De bootsmannen

nemen de krijsende maat,

verkrachten de compositie,

tuitend in mijn bloemkooloren.

 

Onder een regen van welslagen

luidt op de driewerf een duikklok

het requiem voor de stoker

van de weeromstuit. Ik omzeil

de helling als een blindganger

want de smid met de sterke maag

kreeg een tic van mijn metronoom.