Kattebel aan de balker

Waarde spinazievriend,

waar zijn de leliedragers

en de rookrebellen?

Ontluisterd in tere

ouderdom, sukkelend

buiten de stad, bijtgraag

slechts bij vorst? Of predikt

nog hun brandnetel, broeit

kruit in greppels, verbergt

uw schuur een sluipschutter?

 

Achter de geluidschermen

het dove hiernamaals,

met aan-en-uit leuzen

van de ja-knikkers

rond de klaverbladen.

De rolluiken ratelen

loopgravenretoriek

van omhoogstrategen

met hun staartdelingen

achter gewapend glas.

 

Soms baant een hagelbui

een vrolijke snelweg

uit het bos, rukken

de gaaien verder op,

bespieden rekels

een kleuter. Het gras speelt

de baard van de wereld,

galmt de zwanenzang

van snoek, eend en kever,

krijgt klaterend applaus.